Koosjere wijn

Koosjere wijn mag niet met dierlijke producten in aanraking komen. Dat sluit klaren met eiwit of vislijm uit. Iedere beroering met een niet-koosjer product moet tijdens de productie worden vermeden. Alleen de toezichthoudende rabbijn en Joodse arbeiders mogen vanaf het moment dat de schil van de druif breekt en most vrijkomt nog de druiven, het most en de wijn aanraken. De wijn mag rood, rosé of wit zijn.

De druivenstokken mogen niet bemest worden, in ieder geval niet met dierlijke mest, en de wijngaard moet ieder zevende jaar braak liggen. Dan mag niet worden geoogst. De druivensoort is niet van belang voor de regels en de druiven mogen, zolang zij niet worden gekneusd, ook worden geoogst door niet-Joden op niet-Joodse grond.

Een tiende van de wijn moest in de Oudheid worden weggegeven aan de Tempel in Jeruzalem. Nu wordt een op de honderd flessen weggegeven als herinnering aan die verplichting.

De fles moet beslist door een Jood worden geopend. Zo niet, dan is de ooit koosjere wijn alsnog treife.

Het is gebruikelijk om de wijn vervolgens volgens de traditie die "mebushal" (Hebreeuws: "gekookt") te pasteuriseren. Zo werd de wijn in de ogen van de orthodoxie zuiver. Wijn speelt een rol bij de Joodse rituelen maar de gekookte wijn van minderwaardige kwaliteit is te zoet, te fruitig, verder smakeloos en zonder aroma[1].

2015 Cabernet-Sauvignon, Galil Mountain Winery
€15,95
op voorraad